NTA-8025 APK

De algemene eisen voor periodieke veiligheidsinspecties van technische installaties en technische voorzieningen in woningen is vastgelegd in de Nederlands Technische Afspraak, NTA 8025.

 

Van het verplicht toepassen van deze NTA 8025 is alleen sprake als:

  1. Door de wetgever in een wet of in een besluit eist;
  2. Een zakelijke overeenkomst.

 

Deze Nederlands technische afspraak bevat:

  1. Een bepalingsmethode of een installatie of een technische voorziening voldoet aan het minimaal maatschappelijk aanvaardbare veiligheidsniveau;
  2. Een methode voor het bepalen van de inspectiefrequentie;
  3. Al wat noodzakelijk is voor een maatschappelijke verantwoorde uitvoering van de periodieke veiligheidsinspecties.

 

Deze Nederlands technische afspraak richt zich alleen op de veiligheid en niet op de goede werking. Daarbij wordt gekeken naar de gebouwgebonden en de gebruikersgebonden zaken.

 

Bij deze Nederlands technische afspraak wordt uitgegaan van:

 

Het bouwbesluit;

  • Deel 9 van de NEN1010;
  • NEN 1078 en NEN 8078;
  • NEN 1006 en de VEWIN-Werkbladen;
  • Het rechtens verkregen veiligheidsniveau.

 

In het overleg tussen VNG, EZ en VROM zijn afspraken gemaakt rond het toezicht op de veiligheid van gas- en elektravoorzieningen in woningen:

  • De eigenaar van een woning is zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van de installaties. Bij een huurwoning ligt de verantwoording voor de veiligheid van de installaties bij de woningcorporatie of particuliere verhuurder.
  • Periodiek keuring van de installaties door een keuringinstantie.
  • Het overleg heeft er niet toe geleid dat de veiligheidsinspecties zouden moeten worden uitgevoerd door de energiebedrijven of de netbeheerders. Elk deskundige natuurlijke- of rechtspersoon mag de inspectie uitvoeren, mits hij deskundig is.

 

Bij een periodieke inspectie van installaties in woningen kijken we naar de installaties en vergelijken die installaties met de normen zoals die zijn gebruikt bij de eerste aanleg van de installaties. Daarbij wordt alleen gekeken naar een vermindering van de veiligheid door veroudering, slijtage of onbedoeld/gevaarlijk gebruik.

 

De installaties vormen slechts een zeer beperkt veiligheidsrisico. De apparatuur en de bijbehorende gasslangen, aansluitsnoeren en dergelijke vormen een substantieel hoger veiligheidsrisico in de woning. Bij het beoordelen van de veiligheid in een woning kijken wij ook naar de leidingen en toebehoren en deze onderzoeken op gebreken. Wij kijken ook naar apparatuur zoals die in de woning wordt gebruikt en wordt aangesloten op een stopcontact, gaskraan.Bij de periodieke inspectie van apparatuur in woningen ligt het zwaartepunt bij de visuele controle. Alleen als de visuele controle daartoe aanleiding geeft zal een aanvullend onderzoek met eventuele metingen worden uitgevoerd